Adviesrecht OR bij benoeming interim-bestuurder

Adviesrecht OR bij benoeming interim-bestuurder

De Wet op de ondernemingsraden (Wor) bepaalt dat de ondernemingsraad door de ondernemer in de gelegenheid moet worden gesteld advies uit te brengen over een voorgenomen besluit tot benoeming van een bestuurder van een onderneming. Deze regel geldt ook ingeval een interim-bestuurder wordt aangesteld. Dat is op 10 augustus jl. bij beschikking van de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Nederland nog een bevestigd in een zaak tussen de naamloze vennootschap Caparis N.V. (Caparis) en haar ondernemingsraad (OR).

Feiten

Caparis heeft een Raad van Commissarissen (RvC), die krachtens de statuten, bij belet of ontstentenis van het bestuur, het bestuur waarneemt. De aandelen van Caparis zijn in handen van acht Friese gemeenten. Deze hebben Caparis aangewezen voor de uitvoering van de Wet Sociale werkvoorziening.

Nadat de begin 2016 benoemde bestuurder zich op 22 juni 2016 had ziek gemeld en onbekend was hoelang diens arbeidsongeschiktheid zou duren, heeft de RvC, onder verwijzing naar de statuten, de OR bericht dat, nu sprake is van ontstentenis van de bestuurder en er geen andere statutair benoemde bestuurders zijn, de RvC het bestuur waarneemt. De RvC heeft daarbij het recht – uit haar midden, dan wel van buiten – iemand te belasten met het bestuur. Tevens meldt de RvC een geschikte kandidaat, de heer Lincklaen Arriëns te hebben gevonden die belast zal worden met het bestuur.

De RvC sluit op 29 juni 2016 een opdrachtovereenkomst met Lincklaen Arriëns voor de duur van de periode 29 juni 2016 tot 29 september 2016. Ook wordt hem door de zieke bestuurder (!) krachtens een bestuursbesluit volmacht verleend Caparis in en buiten rechte te vertegenwoordigen.

De OR stelt dat de RvC de OR ingevolge de Wor in de gelegenheid had moeten stellen advies uit te brengen over het voorgenomen besluit tot benoeming van deze (interim-)bestuurder. Volgens de OR is Lincklaen Arriëns een bestuurder in de zin van de Wor.

Volgens de RvC komt de OR geen adviesrecht toe. Er zou namelijk slechts sprake zijn van het uitoefenen van de bestuurstaken na mandatering door de RvC. Lincklaen Arriëns zou niet als bestuurder zijn aangesteld of benoemd, maar slechts tijdelijk zijn belast met het bestuur. Het aldus ontstane geschil betreft de vraag of Caparis heeft gehandeld in strijd met de Wor. Caparis heeft immers Lincklaen Arriëns belast met het bestuur zonder het advies daarover te hebben gevraagd van de OR. Het geschil wordt door de OR aan de kantonrechter voorgelegd.

Oordeel kantonrechter

De kantonrecht stelt voorop dat de Wor onder ‘bestuurder’ verstaat: hij die alleen dan wel tezamen met anderen in een onderneming rechtstreeks de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid. Vervolgens oordeelt de kantonrechter dat Lincklaen Arriëns als bestuurder in de zin van de Wor dient te worden aangemerkt en wel omdat hij, volgens de kantonrechter, immers degene is die tot eind september 2016 de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid en in belangrijke mate de interne gang van zaken binnen Caparis bepaalt. Essentieel is hierbij ook, zo blijkt uit het vonnis, dat Lincklaen Arriëns de taken en verantwoordelijkheden van de zieke bestuurder op zich neemt en dat hij de volledige functie van bestuurder/directeur uitoefent. Verder beperkt – volgens de kantonrechter – de opdrachtovereenkomst Lincklaen Arriëns niet.

Het bestuursbesluit, waarbij Lincklaen Arriëns een (beperkte) volmacht is verleend, doet hier naar het oordeel van de kantonrechter niet aan af. Lincklaen Arriëns is immers nog steeds degene die de hoogste zeggenschap uitoefent. Evenmin doet aan het voorgaande af dat zijn benoeming voortvloeit uit het bepaalde in de statuten. Ook indien de RvC krachtens de statuten voornemens is een derde tijdelijk met het bestuur te belasten, moet ingevolge de Wor voor die benoeming (in beginsel) advies worden gevraagd aan de OR, aldus de kantonrechter.

Volgens de kantonrechter zou slechts onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld bij de benoeming voor zeer korte duur, het inwinnen van advies aan de OR achterwege kunnen blijven. Dergelijke bijzondere omstandigheden zouden echter niet zijn aangevoerd.

De kantonrechter oordeelt dan ook dat de benoeming van Lincklaen Arriëns ter advisering aan de OR had moeten worden voorgelegd.

Slot

Is er een ondernemingsraad, dan dienen ondernemers dus erop bedacht te zijn advies aan de ondernemingsraad te vragen, zodra het voornemen bestaat iemand te belasten met de uitoefening van de hoogste zeggenschap bij de leiding van de arbeid.

Door Hans Hommel