Introductie: de Netherlands Commercial Court

Introductie: de Netherlands Commercial Court

Door de globalisering worden handelsgeschillen steeds internationaler. Handelspartijen kunnen in hun overeenkomst afspreken door welk gerecht geschillen worden berecht. Partijen kunnen kiezen voor internationale arbitrage of een internationaal opererende overheidsrechter.

Bij arbitrage kunnen partijen afspraken maken over de taal waarin de procedure wordt gevoerd en over de arbitrale regels die van toepassing zijn en welk instituut het geschil beslecht (bijv. het Nederlands Arbitrage Instituut, de Raad van Arbitrage voor de Bouw, het International Court of Arbitration, etc.).

In plaats van arbitrage, kan ook worden gekozen voor overheidsgerechten die zich specifiek richten op complexe internationale handelsgeschillen, oftewel commercial courts. In toenemende mate worden internationale handelsgeschillen beslecht door buitenlandse overheidsrechters zoals in Londen, Singapore, Dublin, Delaware en Dubai.

Nederland kan natuurlijk niet achterblijven. Momenteel wordt gewerkt aan de oprichting van de Netherlands Commercial Court (NCC) waaraan internationale handelsgeschillen kunnen worden voorgelegd.

Kenmerken NCC

De voertaal zal het Engels zijn, maar partijen kunnen verzoeken de procedure in het Nederlands te mogen voeren. Vestigingsplaats van de NCC is het Gerechtshof Amsterdam. Tegen uitspraken van de NCC kan hoger beroep worden ingesteld bij de Netherlands Commercial Court of Appeal (NCCA) die daar ook gevestigd is.

De NCC richt zich op complexe internationale handelsgeschillen in ruime zin; van contractuele tot vennootschapsrechtelijke geschillen. Kantonzaken vallen buiten de competentie van de NCC. Dat zijn zaken met een vordering tot € 25.000, geschillen over consumentenkoop, huur-, agentuur- en arbeidsgeschillen.

Een geschil is internationaal indien het een internationaal aspect kent. Hiervan zal sprake zijn indien ten minste één van de partijen woonplaats heeft of is gevestigd buiten Nederland, indien de overeenkomst in het buitenland ten uitvoer moet worden gelegd of indien buitenlands recht op het geschil van toepassing is.

Partijen kunnen uitsluitend vrijwillig procederen bij de NCC. Partijen moeten uitdrukkelijk voor deze rechtsgang hebben gekozen; dus bij het sluiten van het contract of daarna, nadat een geschil is ontstaan. Een keuze voor het NCC ‘weggestopt’ in algemene voorwaarden geldt niet als een uitdrukkelijke keuze.

Zowel in eerste aanleg als in appèl wordt elke zaak behandeld door drie gespecialiseerde rechters, wat de kwaliteit van de rechtspraak moet garanderen en de uitspraak ‘gewicht’ moet geven. Bij de meeste commercial courts worden zaken door één rechter behandeld.

Een belangrijk streven is dat de NCC voor de rechterlijke organisatie kostenneutraal is. De griffiekosten die worden geheven voor het procederen bij de NCC liggen om die reden een stuk hoger dan bij de gewone, civiele procedures voor de Nederlandse rechter. Desondanks zullen de totale procedurekosten substantieel lager zijn dan Angelsaksische commercial courts doordat Nederlandse procedures efficiënter verlopen. Daar komt nog bij dat de advocaatkosten in Nederland een stuk lager liggen dan bijvoorbeeld in Engeland.

De keuze voor het recht dat van toepassing is op het internationale handelsgeschil, staat in beginsel vrij aan de contractspartijen. Het is dus mogelijk dat de NCC te maken krijgt met geschillen waarop buitenlands recht van toepassing is, bijvoorbeeld doordat het contract gesloten is met een keuze voor Frans recht. Het ligt echter het voor de hand dat partijen alleen voor de NCC zullen kiezen indien Nederlands recht van toepassing is.

Stand van zaken

Om het NCC te kunnen oprichten, is een wetswijziging nodig. Op 24 februari jl. heeft de Ministerraad ingestemd met het wetsvoorstel. De Raad van State heeft inmiddels advies uitgebracht over het wetsvoorstel. Nu zullen de Eerste en Tweede Kamer zich erover moeten uitspreken.

Wordt vervolgd.

Door Lodewijk Westerwoudt